Peter en de Wolf verhaal Lyrics

Dit is het verhaal van Peter en de Wolf.
Een muzieksprookje met niet veel woorden, want de muziek vertelt het verhaal.
Iedere figuur uit dit sprookje wordt voorgesteld door een instrument van het orkest.
Het is de fluit die het vogeltje voorstelt
Dan het eendje, dat is de hobo
Peter, de held van het verhaal, krijgt het strijkorkest
Grootvader natuurlijk de f__ot
En voor de wolf nemen we drie angstaanjagende hoorns
En als de jagers uit het bos komen, laten pauken en grote trom de geweerschoten h___n
Op een morgen, heel in de vroegte, opende Peter het hek en liep de grote groene wei in. Op een tak van een hoge boom zat een klein vogeltje. Het was Peter's vriendje. En het tjilpte vrolijk: „Alles is rustig".
Toen kwam er een eend aangewaggeld - die blij was dat Peter het hek had opengelaten - en hij besloot om fijn te gaan zwemmen in de diepe vijver van de wei.
't Vogeltje zag de eend, fladderde omlaag, ging naast hem zitten in het gras en haalde zijn schouders op. "Wat ben jij voor een vogel dat je niet eens kunt vliegen?"
En weet je wat de eend antwoordde? „Wat ben jij voor een vogel dat je niet eens kunt zwemmen?" En plonsde in het water.
Ze kibbelden en kibbelden, de eend terwijl hij in de vijver rondzwom en het vogeltje hippend langs de waterkant.
Plotseling trok iets anders Peters aandacht: hij zag een kat die door 't gras kwam aansluipen.
De kat dacht bij zich zelf: „Nu het vogeltje aan 't kibbelen is kan ik het fijn pakken". En hij sloop op hem toe op zijn fluwelen poten.
"Kijk uit," schreeuwde Peter en' het vogeltje vloog dadelijk in de boom. De eend snaterde woedend tegen de kat maar .... vanuit het midden van de vijver. De kat sloop om de boom heen en dacht: „Is het eigenlijk wel de moeite waard om zo hoog te klimmen? Voordat ik boven ben is het vogeltje gevlogen".
Grootvader kwam naar buiten. Hij was heel boos dat Peter de wei was ingegaan. "Dat is een heel gevaarlijke plek. Stel je nu eens voor dat er een wolf uit het bos komt, wat moet jij dan beginnen, H'm?" Peter stoorde zich niet aan grootvaders woorden. Jongens zoals hij, zijn niet bang voor wolven. Grootvader nam Peter echter bij de hand, bracht hem naar huis en deed het hek op slot.

Nauw'lijks was Peter weg of er kwam een grote grijze wolf uit het bos aangeslopen. In een wip klom de kat in de boom.
De eend zag de kat springen, keek rond, ontdekte de wolf, kwaakte, sprong uit de vijver en zette het op een lopen. Maar hoe zij ook probeerde weg te komen, ze kon de wolf niet ontlopen. Hij kwam nader.... nader ... hij haalde haar in ... hij pakte haar ... en slokte haar in één hap op.

Dus nu was de toestand zo:
De kat zat in de boom op de ene tak...
't Vogeltje op 'n andere ... en niet te dicht bij de kat natuurlijk.
Peter stond intussen zonder een greintje angst - maar wel achter het gesloten hek - te kijken naar alles wat daar gaande was. Plotseling rende hij naar huis, haalde een flink touw en klom naar boven op de hoge stenen muur.
Een tak van de boom waar de wolf omheen liep hing over die muur. Peter pakte die tak beet ... en klom over de muur in de boom.
Peter zei tegen het vogeltje: "Vlieg naar beneden, fladder om de kop van de wolf, maar pas op dat hij je niet pakt."
't Vogeltje raakte met z'n vleugels bijna de kop van de wolf aan die woedend naar haar hapte en hapte. O, wat plaagde het vogeltje die wolf en o wat zou de wolf 't vogeltje graag pakken, maar 't vogeltje was hem te vlug af en de wolf had geen kans.
Peter had intussen een lasso gemaakt en liet hem voorzichtig vieren. Toen slingerde hij hem om de staart van de wolf en trok uit alle macht aan.
Toen de wolf voelde dat hij gevangen was, sprong hij als een razende om zich los te rukken. Maar Peter had het uiteinde van het touw om de boom geknoopt en juist door dat springen trok de wolf de strop om z'n staart nog meer dicht.
Op dat moment ... kwamen de jagers uit het bos. Ze waren het spoor van de wolf gevolgd en je kon ze h___n schieten. Maar Peter - die nog in de boom zat - riep: "Nee, niet schietenl 't Vogeltje en ik hebben de wolf al gevangen. Helpen jullie ons nu hem naar de dierentuin te brengen."
En daar gingen ze... .
Stel je die triomfantelijke optocht voor: Peter voorop.... Achter hem, de jagers, met de wolf aan het touw. En om de optocht te besluiten: Grootvader en de kat.
Grootvader schudde z'n hoofd en zei: "Stel je nu eens voor dat Peter de wolf niet had gevangen. Wat dan? H'm?"
En boven hun hoofden vloog, vrolijk tjilpend, het vogeltje: "Kijk eens wat een dapper stel wij zijn, Peter en ik. Kijk eens wie wij gevangen hebben."
En als je goed luistert kan je de eend in de buik van de wolf h___n snateren. Want de wolf had hem, in zijn haast, levend opgeslokt.

See also:

46
46.2
Soner Arica Beni Bırakma Lyrics
Various Artists Drive - Cars (The) Lyrics